Bemesten
Tuinplan maken
Meer weten?

Tuinieren in de winter

De werkzaamheden in de maanden januari en februari worden sterk beinvloed door het weer.
Als er sneeuw ligt kan er weinig worden gedaan.
Bij alleen vorst kan er nog wat worden geschoffeld en kunnen de typische wintergroenten als spruiten en boerenkool worden geoogst.
Is het vorstvrij dan kan de tijd gebruikt worden om struiken, bomen te verwijderen, eventueel wat spitten, compost of vuil verwerken maar al met al een rustige tijd voor de tuinder.
Op deze pagina vind je tips hoe de tuin te bemesten en bespreek ik hoe je en tuinplan maakt.



Bemesten van de grond.

Bij dooi kan er langzaam aan gedacht worden aan het omspitten van de tuin.
Alvorens te gaan spitten is het verstandig om de tuingrond weer geschikt te maken voor een nieuw tuinjaar.
Wat je moet doen is sterk afhankelijk van de soort grond.
Je kan natuurlijk een grondmonster van de tuin nemen en dat laten onderzoeken bij bijv, een tuincentrum in de buurt.
Ze kunnen u daar vertellen welke grondsoort uw tuin heeft en hoe je die het best kan bemesten.
Dergelijke grondanalyses kosten echter vaak veel geld. Een gouden regel is ook dat hoe zwaarder de grond, hoe meer de gronddeeltjes in natte toestand blijven kleven aan gereedschap en laarzen.
Een zwaardere grond zal bij uitdroging ook sneller barsten vertonen.
Een andere test is het in de hand samenknijpen van de grond. Als deze moakkelijk tot een vast kleikomp kan worden gevormd is de grond zwaar.
soort grondbemesting
Zandgrond Zandgrond houd vocht en voedsel moeizaam vast. Het is zaak het humus gehalte van deze grond te verhogen. Dat doet men met een jaarlijkse bemesting met stalmest of zelfgemaakte compost. Na een natte winter kunnen voedingselementen als stikstof en kalium al sterk verminderd zijn. Zandgrond zonder een goede humusvoorziening droogt tijdens de zomer ook snel uit.
Strooi verder wat extra Kalium (Patentkali).
Zware klei/leemgrond In deze gevallen moet gestreefd worden naar een betere doorlaatbaarheid van de grond. Hier kan men beter werken met potgrond of champignoncompost. Later, als de doorlaatbaarheid correct is kan meer de nadruk op stalmest en compost worden gelegd.
Heb je veel last van knolvoet dan kan de grond aan de zure kant zijn. Je kan overwegen om een pH test te laten uitvoeren waarna er een advies over het strooien van kalk kan worden gegeven.
Als er weer voldoende humus in de grond zit en de zuurgraad weer op orde is komt de laatste stap, het spitten.
Met het spitten wordt de structuur verbeterd, komt er lucht in de grond en kan de mest en compost worden ingewerkt. De mest brengt het bodemleven weer goed op gang.
Breng geen kalk en stalmest tegelijkertijd toe, omdat de kalk de stalmest versneld zal ontleden.
Als je kalk wilt aanbrengen dan kan je dat het beste doen in de herfst, om in het voorjaar dan de stalmest er onder te spitten.

De stalmest kan je het beste half December laten afleveren op de tuin, meestal vriest het dan nog net niet.
Als je de tuin schoon hebt kan je de mest verspreiden over de grond en daar laten liggen tot februari, waarna je de stalmest kan onderspitten.
Door de stalmest treedt er een mulching effect op en groeit er minder onkruid en de mineralen in de stalmest kunnen makkelijk de grond inregenen.
Zorgt er wel voor dat je oude, rulle stalmest krijgt en geen verses stalmest. In het laatste geval is het beter de stalmest een jaar te laten liggen of composteren.
Per 100 m2 grond moet je uitgaan an 1 kuub stalmest.
Een wat moderne oplossing voor het spitten is het freezen. Nadeel is dat bij freezen je niet het schadelijke onkruid kan verwijderen, maar dat deze juist door het freezen meer wordt verspreidt in de tuin.


In februari worden ook de meeste zaden en pootgoed (de aardappels vaak iets later) geleverd.
Controleer altijd even de bestelling en haal het pootgoed uit de verpakking en leg deze droog en koel weg.

Tuinieren is plannen !
In februari moet je ook weten welke groenten en bloemen je waar in de tuin gaat neerzetten, of te wel er moet een teeltplan worden opgemaakt.
Het maken van een teeltplan is nodig omdat anders de kans op ziekten (met name knolvoet bij koolsoorten) en gebrek aan bepaalde voedingsstoffen vergroot wordt.
Verder is het ook wettelijk verboden om bijvoorbeeld aardappels vaker dan eens per 4 jaar op dezelfde grond te verbouwen.
Het makkelijkst is het om de tuin in 3 stukken te verdelen, t.w. A, B en C.
In stuk A plaatsen we de groenten die veel stikstof nodig hebben, zoals aardappels, bladgroenten, koolsoorten, courgette, prei e.d.
In stuk B plaatsen we wortelgewassen
In stuk C komen de peulvruchten, die maken immers zelf de stikstof.
Het jaar daarop draaien we gewoon verder , dus

jaar 1 groep Agroep Bgroep C
jaar 2 groep Bgroep Cgroep A
jaar 3 groep Cgroep Agroep B


Gedurende het jaar kunnen we ook een onderscheid maken tussen de voorcultuur, hoofdcultuur en nacultuur.
Dit om zo efficient mogelijk de beschikbare grond te benutten.
Voorbeelden zijn het planten van slaplanten tussen de bonenstokken.
Daarnaast kennen we ook nog de combinatie teelt. Sommige groenten kunnen elkaar gunstig beinvloeden, maar ook het omgekeerde kan gebeuren.
Denk bijvoorbeeld aan het om en om zaaien/poten van ui en wortels.
Het maken van zo'n teeltplan is dus een hele klus, maar gelijk een goede basis voor een goed tuinjaar.


Diegenen die in het bezit zijn van een tuinkas kunnen in februari al de nodige groente voor kweken.
Zelf trek ik thuis in een klein tuinbakje al wat groenten voor.
Met name de vroege koolsoorten (savooiekool, spitskool, en bloemkool) zijn hiervoor geschikt.
Deze kunnen dan in maart in de volle grond worden geplaatst, eventueel nog afgeschermd met een tunnel.
Langzaam gaat het dan toch beginnen.

Meer weten?
Plannen in de tuin
Vruchtwisseling
Plannen in de tuin
Vruchtwisseling en bodem
Teeltplan in de moestuin
Voorbeeld teeltplan
Winter in de tuin
winter in de tuin
Bemesting
Bodemkunde en bemesting
Groenbemesting
Meststoffen
Tuin bemesten
Bemesten van de tuin
De Tuingids
bodemverbeteren
Tuinieren met kijkers
Overige bodemverbeteraars
Bodem als basis
Volkstuinen
Basisinfo grond