De Geschiedenis van dansen







Meer weten over de dansen? Hoe zijn ze ontstaan?, kijk dan verder.


Van prehistorie tot de middeleeuwen:

Dansen met een doel
Dansen is iets was al heel lang bestaat. Al in de prehistorie vinden we aanwijzingen van het bestaan van dansen.
Uit gevonden grottekeningen blijkt dat jagersvolken in dansen dieren imiteerden, hopelijk daarmee de goden gunstig stemmend op een goede jacht. Ook waren er vruchtbaarheids dansen voor goede oogsten of dansen om een negatief lot te keren.
Grotschilderingen in het noorden van Spanje van zo 15000 VC tonen ook dansers.
Sommige van die vruchtbaarheidsdansen werden tot ver in de middeleeuwen nog gedanst, zoals bijvoorbeeld de zwaarddans die gedanst werd tijdens het ritueel van de meiboom.
De afrikaanse dansen kunnen verder nog het best vergeleken worden met de oude dansen zoals die vanuit de prehistorie werden gedanst.
Over het algemeen werd er alleen of in een groep gedanst en/of rond een object.

Dansen voor vermaak.
Ten tijde van de oude Grieken en Romeinen werd dans uiteindelijk ook een vorm van vermaak, al was er in veel gevallen ook wel een religieuze aanleiding voor de dansen.
De oude grieken gingen er van uit dat dansen door de Goden was ontdekt en daarom waren de eerste griekse dansen van reiligieuze aard. In de griekse mytologie wordt de oorsprong van de dans toegewezen aan Rea. Rea was de vrouw van Kronos, die zijn vader Uranus onttroond had.
Omdat Kronos bang was dat zijn kinderen hem zouden onttronen at hij alle pasgeboren kinderen op.
Toen Rea beviel van het laatste kind, Zeus, verstopte ze Zeus in een grot en vroeg aan Kourites om oorlogsdansen voor de grot uit te voeren zodat Kronus het gehuil van de baby niet zou horen.
Toen Zeus later Kronus onttroonde werd Kourites de priester van de nieuwe wereld. De volgelingen van Kourites zette de dans voort als een onderdeel van een religieuze ceremonie.
De oudste griekse historische gegevens komen uit Kreta waar de Minoan beschaving (3000-1400 voor christus) muziek maakte, zong en danste zowel voor vermaak als om religieuze ceremonies.
Rond 1500 voor christus werd Kreta bezet door strijders uit Griekenland die deze gebruiken naar Griekenland meenamen.
De kretaanse en later de griekse dansen werden uitgevoerd in open of gesloten cirkels, waarbij er meestal rond een boom, altaar of een mythisch object werd gedanst in de hoop zich op deze wijze te ontdoen van het kwaad.
In feite is hier de basis gelegd voor de koordansen of de reidansen.
Later ging men dansen rond de zanger of de muzikant en ook het square dansen nam zijn intrede.
Afbeeldingen hiervan werden ook in Griekenland en Cyprus aangetroffen en blijken te dateren van 1400-1050 v.c.
Het dansen werd tesamen met schrijven, muziek maken en sporten een basis voor een educatie system.
In het oude sparta danste men voornamelijk krijgsdansen, maar de ritmische bewegingen werden ook gebruikt tijdens het gevecht.

Dansen als educatie.
Het beheersen van de danskunst werd zelfs in het oude griekenland beschouwd als een teken van educatie en beschaving.
Het kenmerkende van de griekse dansen is verder het beperken van de bewegingen van de bekken
De volgende type dansen werden uiteindelijk gesignaleerd:
De dansen uit de oudheid konden worden onderscheiden in oorlogsdansen en vredesdansen.
Deze vredesdansen kunnen weer worden onderscheiden in culturele dansen, religieuze dansen, krijgsdansen, rouwdansen e.d. Iedere theatervoorstelling had zijn eigen karakteristieke dansen, sommige saai en plechtig, anderen dansen waren wellustig. Dansen die in de oudheid zijn beschreven zijn:
• Pyrrihic dans, een krijgsdans die onderdeel was van de militaire opleiding in zowel Athenes als Sparta.
• Gymnopaedia, de hoofddans van de Lacedaemonians welk jaarlijks op het marktplein van Sparta werd gedanst.
• Geranos, gedanst in Delos, waarbij het verhaal werd uitgebeeld van Theseus, die na het doden van de Minotaur in het Labyrint van Knossos, in Delos stopte om daar een offer te brengen aan de godin Aphrodite waarbij hij danste rond een altaar.
• Ierakio, een vrouwen dans gedanst in festiviteiten rond de godin Hera.
• Epilinios, was een extatische dans waarbij men op de top van vaten waarbij ondertussen de druiven met de voeten werden platgetrapt.
• Emelia, een tragische dans, uitgebeeld op het toneel.
• Kordax, een vrolijke dans die door velen als niet serieus werd beschouwd.
• Sikkinis, een satirische dans, waarbij de beweging van katten werd geimiteerd en gedanst door Satyrs.
• Imeneos, een huwelijks dans, gedanst door bruid met haar moeder en vrienden. Een snelle dans met veel draaien.
• Hormos, een dansvoor jonge mannen en vrouwen die gezamelijk een keten vormden. De dans werd geleid door een jongeman die zijn dans en krijgsvaardigheden toont via bewegingen, waarna een jonge vrouw hem nadoet en zo een voorbeeld van fatsoen en eerbied vormt voor alle andere vrouwelijke dansers.
• Iporchima, een combinatie dans en pantomime, zang en muziek, afkomstig van Kreta en gedanst door jongens en meisjes die ondertussen gedichten zongen. Uiteindelijk zijn vanuit deze dansen zo'n 300 verschillende balkan dansen ontstaan
Echt duidelijk zijn de dansen niet beschreven, en als ze beschreven waren dan meestal door filosofen als Plato, Homerus en Aristoteles.
Via afbeeldingen op vazen, beelden maar ook via gedichten kon met toch een duidelijk beeld vormen van de oude griekse dansen.



Intermezzo:
Griekse dansen
Het leren van Griekse basisdansen is niet moeilijk. Al na het leren van de passen van enkele basisdansen ben je in staat om als totale beginner samen met experts te dansen, want de meeste Griekse dansen geven een danser de keuze om de eenvoudige basispassen te dansen of om allerlei variaties en figuren te doen (net wat het gevoel de danser ingeeft).
Griekenland is een Balkanland. De Griekse muziek, de volksdansen en de kleding van het vaste land lijken dan ook op die van de omliggende landen als Bulgarije, Roemenië, Macedonië, etc. Dat is ook niet zo vreemd aangezien de landsgrensen in dit gebied vaak zijn verplaatst of zelfs niet bestonden.
In Griekenland is dansen één van de grote (nog levende) Griekse tradities. Er zijn meer dan 300 verschillende dansen bekend. Iedere regio heeft zijn eigen liederen, muziek, dansen en dansstijl, die het karakter van die mensen openbaart.
De meeste traditionele Griekse dansen zijn rij- en cirkeldansen. De Griekse namen van de dansen zijn meestal afgeleid van de regio, aantal passen of de vorm waarin de dans wordt gedansd (rij, paren, manier van vasthouden, stijl). De meest voorkomende manier van dansen zijn de cirkel/rijdansen.
In feite kunnen de Griekse dansen gescheiden worden in 2 dansstijlen/groepen:
(a) Syrtos (in rij, slepende dansen)
(b) Pidiktos (dansen springerig karakter)
Meer weten over griekse dansen, klik dan hier

Dansen als export.
De handelslust van de grieken zorgde er ook voor dat de dansen werden verspreid over meerdere landen.
Rond 550 VC beheersten de Grieken zuid-Spanje.
Griekse kunstwerken tonen dansers met arm- en lichaamshoudingen die veel lijken op die van Spaanse dansers van tegenwoordig, met castagnette-achtige instrumenten, en handklappen ter begeleiding van de dans.
Veel Spaanse volksdansen kunnen tot de Grieken herleid worden.

De romeinse periode:
Door de uitbreiding van het Romeinse rijk kwamen de Romeinen in contact met de Grieken. Eerst met de Griekse stadstaten in Italie zelf en later met het Griekse vaste land.
De contacten met de Grieken, waar destijds Alexander de Grote de sceptor zwaaide, verliep vreedzaam.
De Romeinen vonden dat de Griekse of Hellenistische cultuur superieur was aan hun eigen Romeinse cultuur en namen de gebruiken over.
Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.Chr. viel zijn wereldrijk geleidelijk aan uiteen in steeds meer en steeds kleinere koninkrijkjes, die eén voor één in handen kwamen van de Romeinen, die om culturele redenen echter steeds een goede verstandhouding met de Grieken nastreefden.
Rond 364 VC kwamen entertainers vanuit Griekenland naar Rome en inspireerde met hun "spel en dans" de Romeinse bevolking.
Rond 240 VC werd het dansen met castanets popular in Rome.
De expansiedrift van de Romeinen bracht de Romeinen ook in contact met dansen uit de arabische landen. Zo kwamen rond 60 vc dansers uit Syrie naar Rome.
Ook werden er beschrijvingen gevonden van de Gaditae-dansers van de phoenische colony uit Gadez (het huidige Cadiz in Spanje).
Het Romeinse rijk brokkelde echter langzaam af en rond 400 nc viel het romeinse rijk definitief uiteen.

Christendom en dansen
De val van het romeinse rijk liep ook parralel met de opkomst van het christendom.
Terwijl dansen op kerkhoven en bij begrafenissen in het vroege christendom een normaal verschijnsel was, keurde Augustinus al in de vijfde eeuw in een preek de dans af. Hij klaagde dat het kerkgebouw waarin zich het gebeente bevond van de heilige Cyprianus "....verstoord werd door de ziekmakende onbeschaamdheid van dansers".
Het christendom beschouwde de dansen vaak als zondig en in 743 werd door het Concilium Germanicum de reidansen verboden, die in de ogen van de kern een heidensrituele oorsprong hadden/
In 745 werden door paus Zacharias alle religieuze dansen zonder meer verboden.
Veel hielpen alle verboden echter niet. Dit kwam mede doordat de opvattingen van de lagere geestelijkheid dikwijls meer aansloten bij die van het aan hen toevertrouwde volk dan bij die van de over hen gestelde kerkelijke autoriteiten.
In ieder geval vond de bisschop van Worms het in 1024 noodzakelijk de reidansen opnieuw te verbieden.
Andere rituele dansen die verboden waren: vuur-, zwaard-, begrafenis-, vruchtbaarheidsdansen enz. De redenen van die verboden hadden te maken met 'de duivelse verleidingen van de dans'.

De middeleeuwen tot 1500

De dodendans
Ondanks de afwijzing van de kerk ontstond er in de middeleeuwen een bijzonder verschijnsel: de dodendans. Deze dodendansen vonden vaak plaats op het kerkhof, waar men als een soort bezwering een woeste dans uitvoerde op de graven.
Tenslotte trokken de dansers de kerk binnen, waar zij dan tot rust kwamen. Deze dansers leken bij hun dans in extase en buitenzinnen.
Zij dansten niet alleen, maar maakten ook onbetamelijke gebaren en zongen even onbetamelijke liederen.
Deze dodendansen zijn vroeger vaak in verband gebracht met de pestepidemieën, maar dit lijkt niet juist want daarvoor waren er ook al dodendansen.
Deze dansen lijken beter te verklaren vanuit de context van de middeleeuwse cultuur. De middeleeuwse mens kende vele angsten, doordat men minder logische of natuurwetenschappelijke verklaringen had voor allerlei verschijnselen: bijgeloof en magisch denken voerden daarom hoogtij.
Het lijkt dan ook aannemelijk dat met name de angst voor de dood – waarbij hel en duivel als werkelijk geachte vooruitzichten een belangrijke rol speelden – zo diepgaand was dat met kan spreken van een doodsangst die tot extase kon leiden.
Bij deze dodendansen ontstond er dan tijdens een rondedans een extase waarin de doodsangst uitgedrukt werd.
Naast deze dodendansen ontstonden er ook vormen van dansextase (de zgn. dansmanie) die niet te maken had met kerkhoven of religie. Deze dansmanie was een soort groepshysterie, die vaak onder invloed van alcohol, nog enigszins terug te zien is in het hedendaagse Carnaval.


Dansen wordt een feest
In deze periode is dans buiten de kerk meer een soort gezelschapsspel waarmee het volk en de adel zich op feesten en partijen vermaakte.
Minstrelen maakten vaak een dans als onderbreking van hun zang en potsenmakerijen. Dans was bij het gewone volk spontaan, niet aan regels of voorschriften onderhevig.
Deze dans was vaak onstuimig en openhartig in hun seksualiteit en aardsheid, ondanks de opgeheven vinger van de kerk.
Zo was de rondedans in die kringen erg populair:in een lange ketting van mannen en vrouwen die elkaar bij de hand hielden danste men in een open of gesloten cirkel of in een lange rij.
In zekere zin aapte de adel het boerenvolk na, alleen op een meer hoofse en verfijnde manier.
Aan de hoven in Bourgondië en Italië werden toen al grootse feesten gehouden. Als de adel daarbij ging dansen , volgden de dansers allen dezelfde bewegingspatronen en raakte men elkaar hooguit met de vingertoppen aan.
Echt wild tekeer gaan was er niet bij: dat kwam met name door de kleding. De dames droegen lange slepen en de heren kousenbroeken met schoenen met zeer lange punten, waardoor je voetoppervlak wel twee keer zo groot werd.

De invloed van de vrouw op de dans
Na de kruistochten ontstaat er een andere houding ten aanzien van de dans. Men komt door de kruistochten in aanraking met de Arabische cultuur, waardoor het culturele leven een hoge vlucht krijgt.
Daarnaast veranderde de positie van de vrouw: dat heeft te maken met de ontwikkeling van de hoofse liefde, waarin de vrouw als zeer bijzonder beschouwd wordt, en het heeft anderzijds te maken met de Mariaverering.
De vrouw verliest hierdoor echter wel aan zelfstandigheid. Dat uit zich ook in de dans, waar de volksere dansvormen, plaats maken voor het dansen in paren, waarbij de vrouw geleid wordt.Ook de ontwikkelingen aan het hof zijn daarbij van invloed geweest: de dans heeft zich met name in de cultuur van het hof ontwikkeld.
Aan het hof werden vaak grote diners gegeven, die door intermezzi onderbroken werden door muziek en dans.
Om de organisatie en regie van dergelijke bals goed te laten verlopen wordt er een dansmeester aangesteld: deze beschrijven hun dansen in bundels, met behulp van een notatiesysteem dat gebaseerd is op een lettercode ( afgeleid van de naam van een pas).
Hofdansen zijn voortgekomen uit volksdansen en geven uitdrukking aan het streven naar een verfijnde levensstijl door de edelen.
Als eerste hofdans geldt de estampie (dat is geen stampende dans, maar een dans die voor het eerst een ruimtelijke oriëntatie kreeg).
In de Middeleeuwen werd er ook instrumentale dansmuziek gespeeld: bijvoorbeeld de estampie en saltarello. In veel van deze dansen komt een eenvoudige vorm van meerstemmigheid voor: de bourdon ( steeds doorklinkende tonen op de achtergrond, zoals bij een doedelzak)
Verder zag je dans bij bepaalde feesten, zoals het dansen rond de meiboom op de eerste Mei of de fakkeldansen op St.Jansdag. De kerk probeerde deze dansen te kerstenen, door ze in een meer ingetogen vorm wel toe te staan: bijvoorbeeld bij processies.
In de Middeleeuwen waren er verder nog de meer populaire vormen van volksdans. Bijvoorbeeld de jongleurs of speelmannen: dat waren rondtrekkende minstrelen die goochelden, zongen, dansten, acrobatiek beoefenden, toneelspeelden en dansten. Dit was een soort voorloper van theaterdans: kracht, soepelheid en behendigheid vormden doel en inhoud om in druk op de toeschouwers te maken.

Narren, wildemannen en dansen.
In het kader van bepaalde volksfeesten werd er ook gedanst: bijvoorbeeld tijdens vastenavond. Dan verkleedden de mensen zich als narren, en gingen naar straten en pleinen, waar ze dansten op de muziek die de muzikanten speelden, en op het ritme van hun eigen ketelmuziek.
De bedoeling was om zoveel mogelijk herrie en lawaai te maken: zo speelde men de nar.
Een nar was een symbool van de gekte. De nar had kompanen: de duivel en de wildeman. De reden van dit vermaak was, dat men drie dagen lang feestvierde, waarbij de standenmaatschappij even wegviel.
Dit vastenavondfeest vond plaats voor het begin van de vastentijd en was toegestaan door de kerk. Het vastenavondfeest zorgde voor verbroedering tussen de mensen.

De renaissance: dansen wordt een feest
Met de komst van de Renaissance, een tijdperk waarin de macht van de kerk afnam, rond 1450, werd dansen weer populair.
In de Renaissance krijgen de vaak bloederige toernooien uit de Middeleeuwen een wat ander aanzien. Vanaf de 13e eeuw gaat men het voor publiek wat aantrekkelijker maken.
Het worden meer schouwspelen, waar paarddressuur, pantomimes en dansen, een belangrijke rol spelen. Ook ziet men wapenoptochten, en ’n soort bloemencorso, zoals dat bij ons bij Carnaval nog het geval is. Tussen praalwagens in de stoet wordt er aan alle kanten gejongleerd, gemusiceerd op trommels en de doedelzak en worden er door de Gildes oude ambachten getoond.
Tijdens de banketten aan het Hof werd de aandacht van de etenden –als de tafels klaargemaakt moesten worden voor de volgende dinergang –afgeleid door tussenspelen, verkleedpartijen en maskerades. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren, dat er een kar de eetzaal werd binnen gerold met enorme pasteien, of geroosterde varkens, waarin of waaronder muzikanten verstopt waren, die dan plots begonnen te spelen (bekend is: "Het bal van de vurige mannen" 1373, een verkleedpartij, waarbij de kleding van de gemaskerden vlam vatte).
Ook werd er tussen de (vr)eetpartijen aan het Hof gedanst. Deze dansen noemt men Intermediëen of Intermezzi. Deze waren, evenals de vaak Italiaanse dansmeesters, zeer geliefd bij de deelnemers aan het banket en de altijd aanwezige toeschouwers. Deze dansen waren het toppunt van elegantie.

Het begin van het ballroomdansen?
In het begin van de 15e eeuw werd het dansen in paren voor het eerst in Italie vastgelegd.
Ballroom dans je als een danspaar, de man en de vrouw staan tegen elkaar aan of op een kleine afstand waarbij de handen contact maken (op de schouder, in de zij).
De man leidt de dans en de vrouw volgt zijn bewegingen. De heren zijn gehuld in kostuum en de dames dragen mooie jurken. De geschiedenis van de Ballroom-dansen gaat terug tot de middeleeuwse volksdansen. Het dansen in paren is voor het eerst vastgelegd in Italië aan het begin van de 15de eeuw. In de 16de eeuw onstond er in Frankrijk vanuit de hofdans het ballet. In de 17de en 18de eeuw kwam er door het hof van koning Lodewijk veel stimulans voor het uiten van (dans-)kunst in Frankrijk.
Er kwamen kledingmodes met grote jurken en corsetten voor de dames. De heren droegen de voorlopers van onze "nette pakken" en liepen op schoenen met hoge hakken. De dansen werden hierdoor statig (en nogal stijfjes) uitgevoerd omdat men zich niet goed kon bewegen

De periode tussen 1500 en 1900

Dansen een klucht? Rond 1500 zien we groep acteurs onstaan die toneelstukjes opvoeren, de Commedia dell"Arte, er werd al spelend veel geïmproviseerd, en in deze kluchten traden steeds weer dezelfde figuren op, waarvan sommigen gemaskerd waren. Deze acteurs waren rondtrekkende spelersgroepen, die overal op marktpleinen hun spel ten beste gaven. De types waren erg herkenbaar, zodat hun kluchten veel belangstelling kregen. Omdat ze zo populair waren, werden ze ook aan de Hoven uitgenodigd. Het sterke van deze Commedia dell’Arte was, dat alle handelingen (dansen, zingen spelen, mime en voordracht) de bedoeling hadden om een verhaal te vertellen. En als zodanig heeft deze ‘acteursgroep’. Een duidelijke en directe invloed gehad op de ontwikkeling van de Theaterdans.

Figuurdansen
Een andere danssvorm die ontstaat zijn de Danse basse & figuurdansen.
De Danse basse of in het italiaans de ‘Bassadanza’, was een dans met zeer hoofs karakter. In de omschrijvingen van deze dans vinden we:
- De dansers moeten een goed maat en ritme gevoel hebben;
- Ze moeten de verschillende danspassen goed kunnen onthouden;
- Men moet een goed ruimtelijk gevoel hebben om de passen uit te voeren.
Wat de beweging zelf betreft, moest men gelijkmatig op de tenen omhoog kunnen rijzen, en weer voorzichtig op de hielen neer kunnen dalen.
De danspassen moesten klein zijn, lichtverend op de voorvoet, en er mochten geen onbeheerste bewegingen gemaakt worden. Het onder- en bovenlichaam vormden op deze manier een strakke eenheid. De bewegingen naar links of rechts waren dienovereenkomstig stijfjes.
De naam ‘danse basse’, letterlijk ‘dans laag bij de grond’, dus horizontaal, werd met een veelheid aan namen aangeduid, en begeleid door vele combinaties van instrumenten. Vaak werd de bassadanza gevolgd door een snellere dans in de 3 delige maat.
Ze worden beschreven door Domenico Piacenza. Van een andere italiaan Cornazano, weten we, dat de ‘springdans’ in de 2e helft van de 15e eeuw een rage werd waarbij men van langzaam tot steeds sneller danste. Een ander aspect van deze snellere dansen ("de balli" of "balletti") was, dat men zich begon toe te leggen op figuurdansen.
Hierdoor werd het voor toeschouwers heel aantrekkelijk om naar deze dansen te kijken, en te volgen.
Een eeuw later wordt door de italiaanse dansmeester Negri het figuurdansen in Frankrijk in de 2e helft van de 16e eeuw ingevoerd, en werd dit het begin te zijn voor het ontstaan van het hofballet, het begin van de westerse Theaterdans en het ballet.

Dansen aan het hof
Bekend in deze periode was ook het hofbal.
Een hofbal was in de tijd van Lodewijk de Vijftiende onderworpen aan strenge regels van het hof.
Er werden bepaalde gedragscodes opgelegd, zoals bijvoorbeeld de toewijzing van een vaste plaats, zowel om te zitten als om te dansen.
Zodra alle gasten een plaats hadden gekregen, stond het koningspaar op om het bal te openen. In volgorde van rang stelden de andere paren zich op, bogen naar elkaar en danste De Branle, een statige passendans.
Daarna kwam De Gavotte, een levendige en vrolijke groepsdans waarbij heel veel gekust werd.
In de tijd van de Franse Revolutie werd de kus vervangen door een tuiltje bloemen.
Onder Lodewijk de 14de veranderde het karakter van deze dans en het werd statig en gekunsteld.
Daardoor ging de Gavotte meer op het Menuet lijken, alleen de voeten werden nog hoog opgetild.
Het Menuet, wat altijd aan het eind van het bal kwam, vormde het hoogtepunt.
Deze ceremonie herhaalde zich totdat iedereen aan de beurt was geweest.
Wie in die tijd de belangrijkste plek had op de dansvloer, had ook zo'n belangrijke positie in de maatschappij.
Men moest hoog op de sociale ladder staan om uitgenodigd te worden voor een bal.
De balletten die aan het hof werden uitgevoerd hadden tevens een politiek doel.
Dit was bijvoorbeeld het geval met het 'Ballet comique de la reine' uit 1581.
Daarin moest de heks Circe in het bijzijn van alle andere aanwezige vorsten zich onderwerpen aan de absolute macht van de koning van Frankrijk.
De genoemde spelregels voor de hofdans werden tijdens de regering van Lodewijk de Vijftiende ingevoerd en vastgelegd.
Ze waren toonaangevend voor de hoven elders in West-Europa en voor andere aristocratische balzalen.
Daarnaast raakten er geleidelijk andersoortige dansen in zwang.
De gezelschapsdans van de Middeleeuwen is in hoge mate bepaald door de bloei van de hoofse cultuur.

De dansmeester.
De Middeleeuwse troubadours kunnen beschouwd worden als de eerste dansmeesters. Ze onderwezen de edellieden in de kastelen en waren belangrijk voor de verspreiding van de dansvormen in Europa. Het waren vaak mensen met een grote algemene ontwikkeling.
De eerste dansmeester die met naam en toenaam bekend is, was Domenico de Piacenza.
In 1614 publiceerde hij zijn 'De arte saltandi et choreas ducendi', het eerste dansboek dat in manuscript bewaard is gebleven. Tijdens de Italiaanse Renaissance met haar vele festiviteiten waren de dansmeesters gezochte figuren, die in hoog aanzien stonden.
Zij leerden de adel niet alleen de danspassen, maar ook een goede houding en gedrag volgens de etiquette. De dansmeesters waren bovendien verantwoordelijk voor de organisatie van de feesten aan het hof waarbij gedanst werd. Ze bedachten steeds nieuwe 'balli', gedanste pantomimes gebaseerd op de passen van de bekende hofdansen.

De dans beschreven.
De dansen werden beschreven in de boeken van de dansmeesters.
Die bevatten passages over danstheorie, stijl en etiquette en tevens beschreven ze de verschillende danspassen en choreografieën, al dan niet met muzieknotatie en afbeeldingen erbij. Deze boeken hebben ertoe bijgedragen dat de dans vanuit Italie over heel Europa werd verspreid. Met de oprichting van een speciale academie voor de dans in 1661 in Parijs, de 'Academie Royale de Danse', kreeg het dansen de status van vak dat men kon leren. Dansmeesters als Beauchamps, Pécour en Feuillet hadden de taak de danskunst vast te leggen en te verfijnen. Ook zochten zij naar methoden om dansen te noteren.
Dat resulteerde in de 'Choréographie, ou l'art de décrire la dance' van Feuillet uit 1700. In deze context vormden dans en muziek een twee-eenheid. Die band tussen muziek en dans had al een lange voorgeschiedenis. Oorspronkelijk kwam ze tot uiting in culturen waar de danser zichzelf begeleidde door in zijn handen te klappen, te stampen met zijn voeten, of op een andere manier het ritme te laten horen.
In de Middeleeuwen was er in West-Europa een nauwe relatie tussen dans en muziek. Die relatie bleef bestaan bij het optreden de dansmeester, die niet alleen de choreografie maakte, maar ook instrumentaal het geheel begeleidde. De volksdans bleef sterk regionaal gebonden met eigen muziek en instrumenten, het repertoire van de hofdans was internationaler. De verschillende melodieën werden door de rondtrekkende dansmeesters en muzikanten in diverse landen verspreid. De enorme omvang van dit repertoire wijst uit, hoe geweldig populair de dans was.
Het is opmerkelijk dat om deze redenen de dans dus ook de beoefening van de zuiver instrumentale muziek enorm bevorderd heeft.

Ballet: van Italie naar het franse hof.
Toen een adellijke Italiaanse uit een belangrijk vorstengeslacht, Catharina de Medici , in het huwelijk trad met de Franse koning Hendrik II, nam ze een heel gezelschap mee van koks, kunstenaars en musici.
Zodoende werd behalve de kookkunst ook de Italiaanse versie van dans geïntroduceerd aan het Franse hof. Deze soort dans,al snel bekend onder de naam ballet , werd buitengewoon populair, omdat het een theaterspektakel was dat behalve uit dans, ook uit muziek en poëzie bestond. Deze eerste balletuitvoeringen hadden weinig uit te staan met het ballet dat wij nu kennen.
Het waren ware monsterproducties die een hele dag of zelfs langer konden voortduren en waar de hovelingen zich konden vergapen aan exotische dieren, bont gekostumeerde figuranten die af en aan paradeerden, en soms zelfs hordes soldaten die op kwamen marcheren. Er werd gezongen en poëzie gedeclameerd en er werd vooral heel veel gegeten. Maar naarmate de jaren vorderden, werd het aandeel van de dans geleidelijk steeds groter.



Meer informatie:
Tijdlijn
De middeleeuwen
Flamenco
De middeleeuwen
www.dansmaar.nl
www.earlydance.nl
zweedse dansen
geschiedenis van de buikdans 1
geschiedenis van de buikdans 2
de geschiedenis van de flamenco
de geschiedenis van de flamenco deel 2
de geschiedenis van de flamenco deel 3
geschiedenis line dance





De Moderne dansen

Algemeen:


In 1924 werd door de Imperial Society of Teatchers of Dancing (ISTD) het initiatief genomen de moderne dansen te standaardiseren. Het Ballroom Committee, een aparte afdeling van deze ISTD werd hiermee belast. In dat zelfde jaar waren er vier dansen erg populair: de tango, de Engelse wals (ontstaan uit de boston), de foxtrot en de charleston.
Uit deze vier komen dansen voort die door het Ballroom Committee zijn gestandaardiseerd: de huidige tango, de Engelse wals, de Slow-Foxtrot en de Quickstep. Samen met de Weense wals vormen zij de "grote vijf" bij de standaard of moderne dansen.

De Wals

Het woord wals betekent letterlijk draaien.
Een, twee, drie, een , twee, drie.
De wals ontstond in de 17e eeuw in Zuid-Duitsland. Het is een van de meest populaire en bekendste dansen. De wals werd populair als een "social" dans door o.a. de muziek van Johan Strauss. De naam Weense wals is dan ook makkelijk te associeren met de muziek van Strauss.
Behalve de weense wals, die over het algemeen snel wordt gedanst en in de praktijk heel wat moeilijker is dan het lijkt, kennen we ook de engelse wals.
De engelse wals is in 1921 ontstaan. De voorloper van de engelse wals is de Boston, die reeds in 1874 vanuit Amerika werd ingevoerd.
De engelse wals is langzamer, met slepende golvende bewegingen.
De basispassen voor de engelse wals zijn als volgt:
Voor de man wordt gestart met een rechtse draai, een basispas, een linkse draai en een basispas, waarna er weer opnieuw kan worden begonnen.





De Tango

Deze dans komt oorspronkelijk uit Argentinië. De tango is rond 1880 ontstaan in de ordinairste wijk van Buenos Aires: 'Barrio de las Ranas en werd gedanst door de "Gouchos".
De tango werd in eerste instantie beschouwd als een ordinaire en vulgaire dans. In 1920 was de tango voor de eerste keer op film te zien, gedanst door, hoe kan het anders, Rudolp Valentino en werd de tango uit de subcultuur van de bordelen tot dans van de Europese en Amerikaanse high society verheven.
De dans sloeg in: in restaurants, hotels en andere openbare gelegenheden werden "thé tango" of "tango teas" gehouden voor diegenen die in de late middag en vroege avond prijs stelden op wat actief vermaak. Een echte Argentijnse pianist, een klein orkest of anders een grammofoon speelde muziek en men danste tussen de theetafeltjes in. De tango was in die tijd niet aan regels gebonden; er bestonden zoveel vormen als er dansleraren waren.
De tegenwoordige tango lijkt wel enigszins op de oude Argentijnse tango, maar is absoluut niet meer ordinair te noemen. De strakke, staccato bewegingen, en dan met name de hoofdacties van de dame zijn kenmerkend voor de tango.
We kennen twee vormen:
De europese tango en de argentijnse tango.
Op de meeste dansscholen wordt de europese tango geleerd.
De telling is : een, twee, een, twee, drie
Dankzij de activiteit van het comité van ISTD is ook de tango gestandaardiseerd. De muziek wordt uitgevoerd in een tempo van 33 maten per minuut waarbij het paar een nauw fysisch contact onderhoudt. Voor de ware ballroom-liefhebber is de tango nog steeds het neusje van de zalm en een goed uitgevoerde tango is dan ook een lust voor het oog.




SlowFox

De SlowFox is in het begin van 1900 in Amerika ontstaan als Ragtime en werd oorspronkelijk zeer snel gedanst. Tegenwoordig wordt hij echter langzaam gespeeld. De slow foxtrot wordt in de volksmond ook wel eens gewoon foxtrot genoemd maar dat is dus niet terecht. Dit was wel de oorspronkelijke naam voor deze dans, maar die werd in 1924 gewijzigd in slow foxtrot toen men deze langzamer is gaan spelen.
De slowfox wordt van hoek tot hoek, schuin over de dansvloer gedanst.
De slowfox is een gratieuse dans, maar tegelijkertijd ook de moeilijkste dans.
Heel wat dansparen starten deze dans steeds maar weer opnieuw.





Quickstep

De quickstep is de populairste dans.
Bijna iedere dansschool begint met deze dans.
Het is een snelle en vrolijke dans.
In het begin van de 20ste eeuw was is in Frankrijk de revue tot ontwikkeling gekomen en de Parijse revue-theaters zoals de Folies-Bergère en de Moulin Rouge waren wereldberoemd. Het idee van de revue sprak Florenz Ziegfield bijzonder aan en hij stichtte in 1907 in Amerika zijn Ziegfield Follies. In zijn revue-theater traden de grootste sterren op en werden songs gebracht van beroemde componisten als George Gershwin, Cole Porter en Irving Berlin.
Eén van de sterren van Ziegfield Follies was Harry Fox.
In 1914 bracht hij op de destijds populaire ragtime-muziek een geheel eigen nieuwe dans, een "trot" (drafdans). De trot van Fox sloeg in en nog in hetzelfde jaar demonstreerde een dansleraar uit New York de foxtrot aan de leden van de ISTD te Londen.
De dans werd gepolijst en bijgeschaafd, de sprongen en capriolen werden geschrapt en figuren zoals de twinkle en de chassé bijgevoegd.
De foxtrot nam zijn plaats in onder de ballroom dansen.
In de jaren dertig werd de foxtrot op steeds langzamere muziek gedanst: de langzame vorm van de foxtrot in Engelse stijl kreeg de (logische) naam Slow Foxtrot.
Daarnaast werd de vlugge foxtrot opnieuw gestandaardiseerd en deze dans in Engelse stijl kreeg nu de naam Quickstep.
De quickstep is uitgegroeid tot een van de meest gedanste dansen. Het is ook een van de eerste dansen die je op dansles leert. De quickstep staat ook wel eens in de boeken onder de naam "vlugge foxtrot"






Latijns-amerikaans

Cha-Cha

Begin jaren 50 dook deze Latijns-Amerikaanse dans op in de Amerikaanse danszalen. De Cha-Cha-Cha komt voort uit een andere Latijns-Amerikaanse dans, de Mambo, o.a. bekend uit de film "Dirty Dancing". Men vond over het algemeen dat de Mambo een te gecompliceerd ritme had. De Cha-Cha heeft wat dat betreft een veel gemakkelijker ritme.(een-twee cha-cha-cha) De muziek is wat langzamer dan die van de Mambo.
Veel moderne disco muziek leent zich goed voor een cha-cha-cha.




Rumba

De Rumba is afkomstig uit Cuba. De Rumba is de klassieker onder de Latijns-Amerikaanse dansen. De Rumba kent vele vormen, maar over het algemeen wordt de Cuban Rumba als de standaard gezien.
Het is een verleidingsdans waarin de vrouw de man overheerst met haar charme. Zij lokt de man met haar sensuele bewegingen. Komt de man dichterbij, dan wijst zij hem weer af en zo gaat het maar door. De man probeert de vrouw te verleiden, maar slaagt hier niet in.
De rumba kenmerkt zich verder met de fraaie heupbewegingen.





Samba

De Samba is vooral bekend door het carnaval in Rio De Janeiro. Voor 1914 bekend onder de naam "Maxixe", werd de Samba voor het eerst geïntroduceerd in Europa rond 1924. De Samba werd echter pas populair na 1945.
De Samba was oorspronkelijk een vrolijke, lichtzinnige dans van de Bantunegers, in Brazilië ontdekt en uitgewerkt. In 1924 kwam hij overgewaaid naar Europa, daar werd de samba door zijn vrolijke karakter meteen een favoriete dans en staat in het teken van carnaval en vrolijkheid. Tegenwoordig is de samba één van de uitbundigste dansen van de Latijns-Amerikaanse sector.
Hoewel niet-Brazilianen al gauw denken dat de samba één bepaalde dans is, is dat niet het geval. Er bestaan vele versies van de samba, elk met een ander ritme, tempo en sfeer. Er zijn dus ook veel verschillende dansen. De dans die in het Westen bekend is als de samba is slechts één van deze vele opwindende, bruisende varianten.
Veel van de figuren van de samba vragen om een bijzondere beweging van de heupen. Het is niet altijd even gemakkelijk om dit te leren, maar zonder die beweging missen de dansfiguren het ritmische en authentieke. Iets anders dat de dansers moeten leren is de zogenaamde “bounce”; die komt voor bij alle figuren waarin men ’EEN-en-TWEE’ telt. Dansers die een goede vertolking van de samba-muziek willen geven, moeten absoluut proberen deze twee bewegingen onder de knie te krijgen.
Tijdens de slotparade van de olympische spelen in 2010 werd deze dans door honderden dansparen opgevoerd, als introductie voor de gegeven dat het wedstrijddansen bij de volgende spelen een demonstratie sport zal zijn.




Paso Doble


De Paso Doble is rond 1920 ontstaan en stamt uit Spanje. De Paso Doble is daarmee de enige 'Latijns-Amerikaanse' dans die uit Europa afkomstig is!
De man speelt de rol van stierenvechter of "Matador" en de dame is de rode lap die de stier moet opjagen. De man 'zwiert' de dame rond alsof zij ware die rode lap.
De Paso Doble staat centraal in de film 'Strictly Ballroom', een aanrader voor de liefhebber van dansen in het algemeen. De Paso Doble raakte rond 1920 in de mode.
De pasa doble wordt voornamelijk gedanst op .espana cani




Jive


De Jive is de laatste Latijns-Amerikaanse dans en is rond 1940 ontwikkeld uit de " Jitterbug", ontdaan van alle acrobatische elementen. Naast de Rock 'n Roll en de Jitterbug hebben ook de Bebop en de American Swing hun invloeden gehad
De Jive staat bekend om zijn snelle en opzwepende muziek. Tijdens wedstrijden is de Jive de laatste dans die gedanst wordt. De dansers kunnen zo laten zien dat ze nog genoeg puf over hebben om deze dans tot een goed einde te brengen.
Geen enkele dans is echter zo uitputtend.



Links over dansen

De geschiedenis van de latin dansen (engelstalig)

De geschiedenis van de moderne ballroomdansen (engelstalig)

Geschiedenis griekse dansen.